Op het label horen de naam, de geboortedatum en een kort dankwoord, en bij eetbare bedankjes wat erin zit. Neem papier van 200 tot 300 gram en een formaat van ongeveer 4 × 6 cm. Snijd niet met een schaar zodra het er meer dan tien zijn: daar zie je elke scheve rand van terug.
Het label doet het werk
Twee identieke zakjes snoep verschillen alleen in het kaartje dat eraan hangt, en toch is dat het onderdeel waar mensen naar kijken. Het maakt van iets algemeens iets dat bij jouw kind hoort.
Daarom loont het om hier de aandacht in te steken en de rest eenvoudig te houden. Een simpel zakje met een goed kaartje ziet er beter uit dan een ingewikkelde verpakking met een sticker die scheef zit.
Wat erop hoort
De naam en de geboortedatum, en verder eigenlijk niets. Soms het gewicht of de lengte, maar dat leest zelden iemand op een kaartje van 4 cm.
Een kort woord van dank mag: bedankt voor je bezoek, of gewoon dankjewel. Laat weg wat op het geboortekaartje al staat; het label is geen tweede aankondiging. Bij eetbare bedankjes hoort er wel bij wat erin zit, zeker als er noten in verwerkt zijn.
Papier en formaat
Stevig papier van 200 tot 300 gram voelt af; gewoon printpapier krult en scheurt bij het knopen. Een formaat van ongeveer 4 × 6 cm is groot genoeg om te lezen en klein genoeg om niet in de weg te hangen.
Op een A4 passen zo 12 tot 16 kaartjes. Print eerst een testvel op gewoon papier, leg dat op een zakje en kijk of het formaat klopt voordat je het dure papier erdoor haalt.
Wat een printer wel en niet aankan
Hier loopt het bij veel mensen vast: het papier is gekocht, en de printer weigert het. Papier van 200 tot 300 gram is voor een gewone thuisprinter aan de dikke kant, en de lade onderin buigt het vel te ver om.
Drie dingen helpen. Gebruik de handmatige invoer of de achterste lade als je printer die heeft — dat is de rechte papierbaan en daar past dikker papier doorheen. Voer de vellen één voor één in in plaats van een stapel. En kijk in de printerinstellingen of er een papiersoort 'karton' of 'zwaar papier' te kiezen is; dat verlaagt de snelheid en voorkomt dat het vel scheeftrekt.
Er is nog een verschil dat pas later opvalt. Inkt van een inkjetprinter blijft aan de oppervlakte liggen en vlekt als het kaartje nat wordt of als je er met een klamme hand overheen wrijft; een laserprinter smelt de toner in het papier en heeft dat probleem niet. Print je op een inkjet, laat de kaartjes dan een uur liggen voordat je ze aanraakt, en houd ze weg bij zakjes waar iets uit kan lekken.
Lukt het helemaal niet, dan is de copyshop de kortste weg: een A4 op 250 grams papier kost daar weinig, en je kunt hem meteen laten snijden.
Snijden zonder scheve randen
Met een schaar wordt het onvermijdelijk rommelig zodra je er 30 moet doen. Een snijmachine of een snijmes met een liniaal geeft een rechte rand en gaat drie keer zo snel.
Heb je die niet, kies dan geperforeerde etiketvellen of kaartjes op maat die je alleen hoeft uit te drukken. Het scheelt € 10 aan materiaal maar bespaart een uur en een hoop ergernis.
Vastmaken aan het zakje
Een gaatje in de hoek met een perforator en een lint erdoor is het snelst en het steviger. Een sticker op het zakje werkt ook, maar laat los op organza en op glad cellofaan.
Maak het gat minstens 5 mm van de rand, anders scheurt het bij het strikken. Wie veel kaartjes heeft: perforeer ze in stapeltjes van 5, dat gaat prima met een gewone perforator.
Zonder printer
Handgeschreven kaartjes zijn een goed alternatief, mits je ze niet alle 50 op de avond ervoor doet. Schrijf ze verspreid over een paar avonden, dan blijft het handschrift gelijk.
Een andere route is een drukker of een online dienst die kaartjes op maat levert. Reken op een week levertijd en controleer altijd een proef van de tekst; een verkeerde naam op 100 kaartjes is niet te herstellen.
Als de naam nog geheim is
Veel ouders houden de naam tot de geboorte voor zich. Maak dan alles af behalve het kaartje: zakjes vullen, lint knippen, papier op maat snijden.
Na de bevalling hoef je alleen nog te printen en te knopen, en dat is een half uur werk in plaats van een avond. Dit is precies de reden waarom zelf bedankjes maken beter voor de bevalling gepland kan worden.
Een kaartje dat mensen bewaren
Van alle onderdelen van een bedankje is het kaartje het enige dat soms jaren blijft liggen: op een prikbord, in een agenda, of tussen de kaarten in een la. Dat gebeurt vooral als er iets op staat dat niet elders staat.
Een zinnetje over hoe de naam gekozen is, of het tijdstip van de geboorte, maakt daarvoor al genoeg verschil. Houd het bij een regel; een kaartje van 4 cm is geen brief.
Twee versies van hetzelfde kaartje
De meeste mensen maken één kaartje en gebruiken dat overal voor. Dat werkt niet helemaal, want een kaartje aan een zakje en een kaartje in een envelop hebben een andere taak.
Aan het zakje hangt het kleine formaat: 4 × 6 cm, alleen de naam, de datum en één woord dank. Meer is er niet nodig, want de ontvanger heeft je net gesproken.
Naar wie je iets opstuurt gaat een groter kaartje, want daar ís het gesprek niet geweest. Daar past een handgeschreven regel bij over het cadeau dat je kreeg of over waarom het even duurde. Zie wat je op een bedankkaartje schrijft voor de tekst, en de brievenbusmaat voor de maat waar je onder moet blijven.
Praktisch scheelt dat weinig werk: hetzelfde ontwerp, twee formaten, en van het grote formaat heb je er maar een handvol nodig.



