Kiezen en budget

Soorten bedankjes op een rij: eetbaar, blijvend of persoonlijk

Drieledige zilverkleurige etagère vol kleine blauwe babyflesjes gevuld met snoep, elk versierd met een blauw lintje en een vlindertje
Foto: petitmerci Babyshower bedankjes - Blauwe papflesjes met snoe — Productfoto · bol.com

Eetbaar, blijvend of persoonlijk: veel meer richtingen zijn er niet. Het eerste is het goedkoopst en het makkelijkst maar heeft een houdbaarheidsdatum, het tweede werkt zolang het opraakt, en het derde maakt de meeste indruk maar is boven de 20 gasten onbegonnen werk. Niets geven mag trouwens ook.

Drie groepen

Alles wat als bedankje wordt weggegeven valt in drie groepen: iets eetbaars, iets dat blijft, en iets persoonlijks. Ze hebben elk een ander voordeel en een ander risico.

Eetbaar is het makkelijkst en het goedkoopst, maar het heeft een houdbaarheidsdatum. Iets dat blijft is duurzamer maar loopt het risico ongebruikt te blijven. Iets persoonlijks maakt de meeste indruk maar kost tijd en is lastig in grote aantallen.

Eetbaar

Snoepgoed, suikerbonen, chocolade, dropjes, een klein potje honing of jam, een zakje thee. Dit is verreweg het meest gegeven, en met reden: iedereen weet wat hij ermee moet en het neemt geen ruimte in.

De nadelen zijn bekend: chocolade smelt, zelfgemaakt is kort houdbaar, en er is altijd iemand die iets niet mag. Zet daarom op het label wat erin zit; zie eetbare bedankjes: houdbaarheid en allergieën.

Blijvend

Zaadpapier, een bloembol, een kaarsje, zeep, een klein sleutelhangertje. Deze groep groeit, vooral bij mensen die eetbare bedankjes te vluchtig vinden.

De vuistregel: geef iets dat opraakt in plaats van iets dat bewaard moet worden. Een kaars brandt op, zeep raakt op, een bol bloeit. Een magneet of sleutelhanger met een naam erop moet iemand een plek geven, en dat is een kleine verplichting die niet iedereen wil. Meer daarover in duurzame bedankjes.

Persoonlijk

Een foto, een kaartje met een handgeschreven zin, iets met de naam en de datum erop. Dit blijft het langst bewaard, zeker bij naaste familie.

Het werkt goed in kleine aantallen: voor de 10 mensen die het dichtst bij je staan. Voor 50 gasten wordt het te veel werk, en dan is het beter om het persoonlijke in het kaartje te stoppen en de rest eenvoudig te houden. Zie labels en naamkaartjes.

De vierde groep: helemaal niets geven

Er is een vierde mogelijkheid die in geen enkel overzicht staat, en die voor een deel van Nederland gewoon de norm is: geen bedankje. Koffie met beschuit bij binnenkomst, een gesprek, en verder niets in de hand bij het weggaan.

Dat is geen tekortkoming. Kraambedankjes zijn een gewoonte en geen regel, en ze zijn ook niet overal even ingeburgerd. In grote delen van het land kijkt niemand ervan op, terwijl er in het zuiden en in Vlaanderen eerder op gerekend wordt. Wie twijfelt, kan het navragen bij iemand die in dezelfde kring net een kind kreeg.

Deze optie hoort in het overzicht omdat hij een echte afweging is. Het alternatief voor een goedkoop zakje snoep is niet automatisch een duurder zakje snoep — het kan ook zijn dat je de aandacht in het bezoek zelf stopt en het bedankje laat vallen. Bij weinig bezoek, bij een moeizaam herstel of bij een tweede kind is dat vaak de verstandigste keuze.

Wat past bij welke gelegenheid

Bij de kraamvisite werkt eetbaar het beste: het bezoek is verspreid, je weet niet wie er komt, en iets kleins is genoeg. Bij een babyshower mag het zichtbaarder, want het staat op tafel.

Bij een doop of naamfeest speelt traditie mee en is doopsuiker of iets in dezelfde stijl gebruikelijk. Op het werk telt vooral gemak: iets dat op een tafel kan en zichzelf verdeelt.

Wat je beter kunt laten

Alles wat te groot is om in een jaszak te stoppen, alles waar batterijen in zitten, en alles waar de ontvanger iets mee moet doen om het te kunnen gebruiken.

En een categorie waar mensen zich vaak op verkijken: bedankjes met een foto van de baby erop. Leuk voor de familie, ongemakkelijk voor de buurvrouw. Houd foto's voor de naaste kring en geef de rest iets neutraals.

Combineren mag, en let op wie het uitdeelt

Niets verplicht je om iedereen hetzelfde te geven, zolang groepen maar niet door elkaar lopen. Naaste familie iets persoonlijks, de rest een zakje: dat valt niet op als je het per gelegenheid scheidt.

Wat wel opvalt is verschil binnen dezelfde middag. Zorg dus dat iedereen die op hetzelfde moment aanwezig is, hetzelfde meekrijgt.

Een detail dat vaak wordt overgeslagen: wie geeft de bedankjes weg. Bij kraamvisite ben jij dat zelf, met een baby op de arm, en dan moet het met een hand te pakken zijn uit een mand bij de deur.

Op een feest deelt vaak iemand anders uit, en dan mag het ingewikkelder. Kies dus iets dat past bij de situatie waarin het gegeven wordt, en niet uitsluitend bij de smaak van de ontvanger.

Waar de drie groepen op stuklopen

Elke groep heeft één zwak punt, en dat is telkens hetzelfde punt: de tijd tussen maken en geven.

Bij eetbaar is dat de houdbaarheid. Wie in week 34 vult en tot 10 weken na de bevalling bezoek krijgt, heeft ongeveer 4 maanden nodig, en dat halen alleen droge dingen met een suikerlaag. Bij blijvend is het het seizoen: een bloembol die je in maart weggeeft, kan de ontvanger pas in het najaar gebruiken, en tegen die tijd is hij hem kwijt. Bij persoonlijk is het de naam — een kaartje met de naam erop kun je pas maken als die bekend is, en dat is precies de week waarin je er geen tijd voor hebt.

De uitweg is bij alle drie hetzelfde: knip het werk in een deel dat vooraf kan en een deel dat achteraf moet. Zakjes vullen kan in week 32, het kaartje printen duurt een half uur en kan de dag na de geboorte. Zie de verdeling tussen kopen en zelf doen voor die verdeling.

Lees ook

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen